Lagere school

Sinds enkele jaren is er beweging in het onderwijs; een statuut, een schoolraad, een schoolwerkplan, eindtermen, reorganisatie van de inspectie,… Deze reorganisatie van de inspectie brengt mee dat elke school wordt “doorgelicht” door een team inspectieleden die de eindtermen toetst. Eindtermen zijn doelstellingen die door een onderwijsteam zijn opgesteld en die alle scholen moeten behalen. De manier waarop elke school die eindtermen zal behalen staat in het schoolwerkplan. Gedurende pedagogische studiedagen en gedurende personeelsvergaderingen heeft het schoolteam zich reeds meerdere uren over dat schoolwerkplan gebogen. Dat moet een document worden, een houvast, een leidraad voor heel ons opvoedings-en onderwijssysteem.

We geven u nu een beknopt overzicht van de gebruikte methodes. (Meer gedetailleerde informatie krijgt u tijdens het klassikaal oudercontact bij het begin van het schooljaar).

Wiskunde

Vanaf het 1ste tot het 6de leerjaar wordt de methode “Rekensprong Plus” gebruikt.

Nederlandse Taal

In het 1ste leerjaar starten we met ‘Veilig Leren Lezen’. ‘Veilig Leren Lezen’ is een nieuwe methode die niet alleen belang hecht aan het ‘technisch’ leren lezen en schrijven, maar ook belang hecht aan het plezier beleven om rond taal te werken, creatief en expressief met taal om te gaan en van bij de aanvang van het leesproces de inhoud / de boodschap van een tekst centraal stelt. Van het 2de tot het 6de lj. wordt met de taalmethode “Totemtaal” gewerkt.

Frans

Het onderricht van het Frans begint vanaf het 3de leerjaar.

De leerkrachten gebruiken nog de handboeken “Francofan” maar combineren deze met zelfuitgewerkte activiteiten gebaseerd op het volgende stappenplan:

  1. Welke taanhandelingen wil ik mijn leerlingen vandaag aanleren? (bvb. ze moeten zich kunnen voorstellen en iemand anders vragen kunnen stellen/ ze moeten een vriend kunnen uitnodigen voor een feestje/ ze moeten een reserveringsmail kunnen opstellen voor een klasuitstap, …). Kies er nooit meer dan 2 per les.
  2. Welke kernwoordenschat hebben ze nodig om deze taalhandelingen uit te voeren?
  3. Welke grammatica hebben ze nodig om deze taalhandelingen uit te voeren?
  4. Welke activiteiten (binnen de competenties spreken, lezen, schrijven, luisteren) bied ik aan om ze deze taalhandelingen aan te leren?

Er wordt door de leerkrachten enkel Frans gesproken in de les, ook in de lage niveaus, om de kinderen in een volledig taalbad onder te dompelen en ze een realiteitsgetrouwe situatie te bieden.

W.O. (Mens & Maatschappij – Wetenschap & Techniek)

Sinds september 2015 is het leergebied Wereldoriëntatie in het kleuter- en lager onderwijs in twee leergebieden gesplitst: Mens & Maatschappij en Wetenschap & Techniek. De bestaande ontwikkelingsdoelen en eindtermen Wereldoriëntatie worden hierdoor verdeeld over de twee hierbovengenoemde leergebieden. Het begrip wereldoriëntatie wordt officieel niet meer gebruikt in de ontwikkelingsdoelen en eindtermen, maar wordt op onze school wel nog als referentieterm gebruikt voor deze twee leergebieden.

Op onze school is elk kind een natuurlijke onderzoeker, die de wereld rondom zich gaat exploreren, ervaren en ermee gaat experimenteren. Wereldoriëntatie-onderwijs is er om hun natuurlijke nieuwsgierigheid  qua kennis, qua kunnen en qua zijn te verbreden en voortdurend te prikkelen en te stimuleren.

Vanuit de vragen die ontstaan bieden we hen een context waarin we samen antwoorden zoeken en antwoorden vinden, zodat elk kind als sociaal individu sterk in de wereld staat.

Muzische vorming

Wekelijks wordt er gezongen, geknutseld, gedanst,… kortom creatief gewerkt. Om de 2 jaar bundelen we al onze expressieve krachten en produceren we een heuse kindermusical.

Bewegingsopvoeding en lichamelijke opvoeding

In onze school wordt er ook “bewogen”, d.w.z. sport, turnen (2 lesuren per week) en zwemmen (1 uur verplicht vanaf het eerste leerjaar, facultatief vanaf de laatste kleuterklas). De doelstellingen van de lessen lichamelijke opvoeding liggen in het psychomotorisch, mechanisch, attitude-vormend, cognitief en affectief domein:

  • De psychomotorische vaardigheden richten zich vooral naar de lichaamsbeheersing, het lichaamsschema, de oriëntatie in de ruimte en het beleven van de tijd. Ook coördinatie van motoriek en zintuigen horen bij deze vaardigheden, bv. klimmen en klauteren, volksdansen,…
  • Bij de mechanische doelstellingen worden vooral de kwantiteit van de beweging nagestreefd, verhogen van de lenigheid, snelheid, kracht, behendigheid, spierkracht, bv. estafetten, loopspelen, tikkertje,…
  • De attitudinale doelstellingen kunnen opgesplitst worden in twee groepen:
    • De individuele attitudes: het respecteren van het lichaam zoals rust, beweging, voeding, spelvreugde, succesbeleving,…
    • De sociale attitudes: leren werken in kleine groepjes, in een grote groep, opvolgen van de spelregels, rustig je beurt afwachten,…

Musical

Elke 2 jaar wordt er een musical georganiseerd door de volledige lagere school

Sneeuwklassen

Elke 2 jaar vertrekken de leerlingen van het 5de en 6de leerjaar op sneeuwklassen. Een prachtige meerdaagse uitstap in Zwitserland vol sport, avontuur, sociale vaardigheden, leermomenten, verbondenheid en plezier!

Sportklassen

Elke 2 jaar vertrekken de leerlingen van het 3de en 4de leerjaar op sportklassen. Een paar dagen heerlijk sporten, plezier maken, leren en beleven.

Mogelijk gemaakt door WordPress.com.

Omhoog ↑