Lagere school

Sinds enkele jaren is er beweging in het onderwijs; een statuut, een schoolraad, een schoolwerkplan, eindtermen, reorganisatie van de inspectie,… Deze reorganisatie van de inspectie brengt mee dat elke school wordt “doorgelicht” door een team inspectieleden die de eindtermen toetst. Eindtermen zijn doelstellingen die door een onderwijsteam zijn opgesteld en die alle scholen moeten behalen. De manier waarop elke school die eindtermen zal behalen staat in het schoolwerkplan. Gedurende pedagogische studiedagen en gedurende personeelsvergaderingen heeft het schoolteam zich reeds meerdere uren over dat schoolwerkplan gebogen. Dat moet een document worden, een houvast, een leidraad voor heel ons opvoedings-en onderwijssysteem.

We geven u nu een beknopt overzicht van de gebruikte methodes. (Meer gedetailleerde informatie krijgt u tijdens het klassikaal oudercontact bij het begin van het schooljaar).

Wiskunde

Vanaf het 1ste tot het 6de leerjaar wordt de methode “Rekensprong Plus” gebruikt.

Nederlandse Taal

In het 1ste leerjaar starten we met ‘Veilig Leren Lezen’. ‘Veilig Leren Lezen’ is een nieuwe methode die niet alleen belang hecht aan het ‘technisch’ leren lezen en schrijven, maar ook belang hecht aan het plezier beleven om rond taal te werken, creatief en expressief met taal om te gaan en van bij de aanvang van het leesproces de inhoud / de boodschap van een tekst centraal stelt. Van het 2de tot het 6de lj. wordt met de taalmethode “Totemtaal” gewerkt.

Frans

We starten met Franse les in het derde leerjaar. Er wordt vanaf dan 2 uur Frans per week gegeven.

Gezien het grote aantal Franstalige kinderen binnen onze schoolpopulatie proberen we niet alleen op structurele e, creatieve wijze de minimale eindtermen Frans te bereiken, maar in het 6e LJ, in functie van de mogelijkheden van de groep, hier zelfs nog een tandje bovenop te steken om de kinderen klaar te stomen voor de, voornamelijk Franstalige, realiteit van Brussel. De kinderen die het moeilijk hebben met Frans worden één uur per week apart genomen voor extra spreek- en consolidatieoefeningen.

In de lessen staan vooral de talige competenties spreken en luisteren middels interactieve werkvormen in de kijker. Lezen en schrijven komen in mindere mate aan bod, maar maken, vooral in de hogere niveaugroepen, ook deel uit van het repertoire.

We werken per leerjaar binnen de standaard klasgroep op verschillende niveaus. Om de niveaus te bepalen wordt er in september een kennismakingsles georganiseerd (kennismaking, niveaubepaling).

De kinderen die het nog erg moeilijk hebben voor Frans worden apart genomen voor extra spreekoefeningen met juf Emilie.

 

Wanneer

Uur 1:

spreken voor 3LJ en 4LJ tijdens het derde lesuur op woensdag. Taalzwakke kinderen worden apart genomen door juf Emilie

spreken voor 5Lj en 6LJ tijdens het vierde lesuur op woensdag. Taalzwakke kinderen worden apart genomen door juf Emilie

Uur 2:

Vrij in te plannen tijdens de week voor alle betroffen leerjaren

De leerkrachten gebruiken de handboeken “Francofan” als leidraad maar combineren deze met zelf-uitgewerkte activiteiten gebaseerd op het volgende stappenplan:

  1. Welke taalhandelingen wil ik mijn leerlingen vandaag aanleren? (bvb. ze moeten zich kunnen voorstellen en iemand anders vragen kunnen stellen/ ze moeten een vriend kunnen uitnodigen voor een feestje/ ze moeten een reserveringsmail kunnen opstellen voor een klasuitstap, …). Kies er nooit meer dan 2 per les.
  2. Welke kernwoordenschat hebben ze nodig om deze taalhandelingen uit te voeren?
  3. Welke grammatica hebben ze nodig om deze taalhandelingen uit te voeren?
  4. Welke activiteiten (binnen de competenties spreken, lezen, schrijven, luisteren) bied ik aan om ze deze taalhandelingen aan te leren?

In alle groepen worden de leerlingen volledig in de doeltaal ondergedompeld en spreken de leerkrachten alleen Frans in de klas. Dit om zo snel mogelijk resultaten te kunnen boeken in de vaardigheden spreken en luisteren, en om de kinderen een zo realiteitsgetrouw mogelijke leeromgeving te bieden. Ook in de Franse les wordt er leergebieddoorbrekend en geïntegreerd gewerkt:

W.O. (Mens & Maatschappij – Wetenschap & Techniek)

Sinds september 2015 is het leergebied Wereldoriëntatie in het kleuter- en lager onderwijs in twee leergebieden gesplitst: Mens & Maatschappij en Wetenschap & Techniek. De bestaande ontwikkelingsdoelen en eindtermen Wereldoriëntatie worden hierdoor verdeeld over de twee hierbovengenoemde leergebieden. Het begrip wereldoriëntatie wordt officieel niet meer gebruikt in de ontwikkelingsdoelen en eindtermen, maar wordt op onze school wel nog als referentieterm gebruikt voor deze twee leergebieden.

Op onze school is elk kind een natuurlijke onderzoeker, die de wereld rondom zich gaat exploreren, ervaren en ermee gaat experimenteren. Wereldoriëntatie-onderwijs is er om hun natuurlijke nieuwsgierigheid  qua kennis, qua kunnen en qua zijn te verbreden en voortdurend te prikkelen en te stimuleren.

Vanuit de vragen die ontstaan bieden we hen een context waarin we samen antwoorden zoeken en antwoorden vinden, zodat elk kind als sociaal individu sterk in de wereld staat.

Muzische vorming

Wekelijks wordt er gezongen, geknutseld, gedanst,… kortom creatief gewerkt. Om de 2 jaar bundelen we al onze expressieve krachten en produceren we een heuse kindermusical.

Bewegingsopvoeding en lichamelijke opvoeding

In onze school wordt er ook “bewogen”, d.w.z. sport, turnen (2 lesuren per week) en zwemmen (1 uur verplicht vanaf het eerste leerjaar, facultatief vanaf de laatste kleuterklas). De doelstellingen van de lessen lichamelijke opvoeding liggen in het psychomotorisch, mechanisch, attitude-vormend, cognitief en affectief domein:

  • De psychomotorische vaardigheden richten zich vooral naar de lichaamsbeheersing, het lichaamsschema, de oriëntatie in de ruimte en het beleven van de tijd. Ook coördinatie van motoriek en zintuigen horen bij deze vaardigheden, bv. klimmen en klauteren, volksdansen,…
  • Bij de mechanische doelstellingen worden vooral de kwantiteit van de beweging nagestreefd, verhogen van de lenigheid, snelheid, kracht, behendigheid, spierkracht, bv. estafetten, loopspelen, tikkertje,…
  • De attitudinale doelstellingen kunnen opgesplitst worden in twee groepen:
    • De individuele attitudes: het respecteren van het lichaam zoals rust, beweging, voeding, spelvreugde, succesbeleving,…
    • De sociale attitudes: leren werken in kleine groepjes, in een grote groep, opvolgen van de spelregels, rustig je beurt afwachten,…

Huiswerk

Onze school is van mening dat de kinderen het grootste deel van hun kennis en vaardigheden moeten ontwikkelen en consolideren tijdens de schooluren. De lessen zijn daarom ook zo ingericht dat de leerlingen zelf nadenken over wat en hoe ze leren zodat ze deze kennis de volgende dag weer actief kunnen toepassen zonder hiervoor nog veel huiswerk aan vooraf te maken. Daarnaast willen we dat de kinderen na school voldoende tijd hebben om tot rust te komen, om te spelen, om te sporten, om naar de muziekles te gaan…

Tegelijkertijd zijn wij ons zeer zeker bewust van de positieve kanten van huiswerk: huiswerk maakt belangrijk onderdeel uit van leren leren, leren plannen, pre-teaching, leerstof toepassen en linken leggen, en metacognitieve vaardigheden verwerven. Daarnaast willen wij de leerlingen tevens gaandeweg leren omgaan met de werkdruk en de verwachtingen waarmee de leerlingen in het secundair onderwijs geconfronteerd worden.

We hanteren daarom een zorgvuldig uitgedacht huiswerkbeleid met een stijgende opbouw van leerjaar tot leerjaar. Hierbij is er altijd oog voor differentiatie tussen de verschillende leerlingen.

Eerste leerjaar: De kinderen krijgen nauwelijks schriftelijk huiswerk. Ze krijgen wel leesopdrachtjes van ongeveer 10 minuten per dag. Aanvankelijk is dit het automatiseren van de letters en klanken daarna wordt er gelezen in Veilig & Vlot en in hun leesboekje. Het huiswerk wordt door de leerkracht in de agenda geplakt. Op woensdag en vrijdag wordt er geen huiswerk meegegeven.

Tweede leerjaar: de kinderen krijgen maximaal 30 minuten huiswerk per dag. Ze moeten systematisch elke dag hun tafels inoefenen en krijgen één dag een rekentaak, één dag een leestaak en één dag een spellingstaak. De kinderen noteren dagelijks zelf hun huiswerk in hun agenda (voorbeeld van de juf). Op woensdag en vrijdag wordt er geen huiswerk meegegeven.

Derde leerjaar: de kinderen krijgen 30 tot maximaal 45 minuten huiswerk per dag. De kinderen noteren dagelijks zelf hun huiswerk in hun agenda (voorbeeld van de juf). Op woensdag en vrijdag wordt er geen huiswerk meegegeven.

NB:

In de onderbouw (1e leerjaar- 3e leerjaar)  wordt de agenda per dag ingevuld. Op woensdag en vrijdag is er geen huiswerk.

De leerlingen van het 2e en het 3e leerjaar kunnen (een deel van) hun huiswerk in de studie maken. Voor het 1e leerjaar wordt geen studie voorzien.

Het neuze-neuzeboekje wordt gebruikt als houvast bij het huiswerk voor ouders.

Vierde leerjaar: de kinderen hebben maximaal 45 minuten huiswerk per dag volgens een huiswerkcontract. Het huiswerkcontract wordt door de leerkracht meegegeven. Toetsen worden in het contract duidelijk aangegeven op de dag waarop de toets afgenomen wordt, het leren voor de toets moet de leerling zelf inplannen in zijn/ haar agenda.

Vijfde & zesde leerjaar: de kinderen hebben 45 tot maximaal 60 minuten huiswerk per dag volgens een huiswerkcontract. Het huiswerkcontract wordt door de leerkracht meegegeven, de leerlingen maken op basis hiervan hun planning in hun agenda en leerkracht geeft hier feedback op. Toetsen worden in het contract duidelijk aangegeven op de dag waarop de toets afgenomen wordt, het leren voor de toets moet de leerling zelf inplannen in zijn/ haar agenda.

NB:

In de bovenbouw wordt er gewerkt met huiswerkcontracten. De kinderen krijgen dit contract op vrijdag of maandag en plannen zelf hun werk in m.b.v. hun agenda. Toetsen moeten wel steeds tijdig worden aangekondigd.

De leerlingen van het 4e, 5e en 6e leerjaar kunnen (een deel van) hun huiswerk in de studie maken.

Het neuze-neuzeboekje wordt gebruikt als houvast bij het huiswerk voor ouders én leerlingen.

Musical

Elke 2 jaar wordt er een musical georganiseerd door de volledige lagere school

Sneeuwklassen

Elke 2 jaar vertrekken de leerlingen van het 5de en 6de leerjaar op sneeuwklassen. Een prachtige meerdaagse uitstap in Zwitserland vol sport, avontuur, sociale vaardigheden, leermomenten, verbondenheid en plezier!

Sportklassen

Elke 2 jaar vertrekken de leerlingen van het 3de en 4de leerjaar op sportklassen. Een paar dagen heerlijk sporten, plezier maken, leren en beleven.

Mogelijk gemaakt door WordPress.com.

Omhoog ↑